Afbeelding

fietsen over kasseienstroken

Kasseienstroken: de schrik van elke fietser of rij je er makkelijk overheen?

Afbeelding van Mathias Faust via Pixabay

Fietsen over de kasseien: zo houd je dat vol

De grote wielerwedstrijden zoals de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix die elk voorjaar worden georganiseerd, zijn mede beroemd, berucht en geliefd om de lange kasseienstroken. Het gehobbel over de steentjes vraagt het uiterste van de wielrenners en hun fietsen. Maar ook tijdens jouw fietsvakanties kun je kasseienstroken tegenkomen. Een mooie gelegenheid om  te ontdekken waarom de kasseienstroken nou zo bijzonder zijn. 

Allereerst de kasseien zelf. Wat zijn het? Plat gezegd zijn kasseien, ook bekend als ‘kinderkopjes’, de grijze keitjes waarmee in Nederland heel wat marktpleinen en straten in stadscentra zijn bestraat. Ooit waren kasseien een veelgebruikte vorm van bestrating en werden ook buiten de steden veel wegen bestraat met de kinderkopjes. En hoewel veruit de meeste van die wegen inmiddels bestraat zijn met modern wegdek, zijn er hier en daar nog plekken waar het wegdekgemaakt is van die oude kinderkopjes. Dat zijn -vanzelfsprekend- meestal geen drukke doorgaande wegen, maar stillere landweggetjes, waardoor je als fietser eerder op dit soort trajecten uitkomt als je het autoverkeer wil ontwijken. 

De kasseitjes zijn vaak wel een uitdaging. Het wegdek is immers allesbehalve glad. Niet alleen is elk steentje een beetje bol waardoor je met een beetje pech van steentje naar steentje stuitert, maar vaak liggen er ook flinke hobbels in het wegdek en is er sprake van spoorvorming. Alles gaat dus trillen, hobbelen en schokken. Dat geschok, getril en gehobbel voel je al snel door je hele lichaam en precies dat is wat een kasseienrit zo uitdagend maakt. 

Materiaal op orde

Daarom is het ook van belang dat je materiaal op orde is. Natuurlijk zorg je er aan het begin van elke lange fietsreis voor dat je fiets in topconditie is, maar het is verstandig om dat vlak voor een etappe met kasseienstroken nog eens extra te checken. Waar moet je dan op letten? 

Zorg dat alles goed vast zit

Alles gaat trillen op de kasseienstroken. Zorg er daarom voor dat alles goed vast zit. Een boutje of moertje dat een klein beetje los zit, trilt helemaal los op zo’n kasseienstrook. Vervelend als daardoor de bidonhouder van je fiets trilt, nog vervelender is het als de bevestiging van je bagagedrager losgaat. En als het om de bouten en moeren in je stuur of zadel gaat, is het natuurlijk helemaal linke soep. Dat moet dus allemaal goed vast zitten. Over die bidonhouders gesproken: een ouderwetse stalen bidonhouder wordt vaak aangeraden. Die houdt het getril en geschok op de kasseien net wat beter vol dan een plastic exemplaar. 

Als je dan toch alles nog even aan het vastdraaien bent, controleer dan ook nog even je bepakking. Als je stuurtas lostrilt, zie je die meestal nog vallen, maar een klein zadeltasje stuitert makkelijk ongemerkt van je fiets. Ook je grote fietstassen moeten natuurlijk goed vast zitten.

Bandenspanning

Controleer ook je bandenspanning. Normaliter zou je je banden een beetje hard oppompen, zeker als je met bepakking rijdt, maar juist op de kasseien kan het een goed idee zijn om met een wat lagere bandenspanning te rijden. Op harde banden stuiter je vaak echt van het ene steentje naar het andere, zachtere banden veren meer mee. Daardoor stuiter je wat minder, rijd je comfortabeler, maar je houdt ook meer grip op de weg, waardoor je efficiënter rijdt. Kortom: je wordt minder moe. Vaak wordt aangeraden om de druk in je banden met anderhalve bar te verlagen. Let op dat je je banden niet te zacht maakt. Als je door al het gestuiter een keer met je velgen op de stenen klapt, is de schade veel groter dan wanneer je met iets hardere banden over de stenen hobbelt.  

Over je banden gesproken: we gaan ervan uit dat je tijdens een langere vakantietocht niet op smalle bandjes rijdt, maar toch zeggen we het even: brede banden rijden comfortabeler dan smalle banden. 

Dempend stuurlint of goede handgrepen

Op de kasseien hebben je handen en je polsen vaak het meest te lijden. Je kan het leed letterlijk wat verzachten door tijdens de voorbereiding van je tocht je handvatten of stuurlint te vervangen voor een variant met meer demping.  

Over de kasseien fietsen

Over de kasseien fietsen is een flinke uitdaging en vaak is het afzien. Maar met een paar tips en trucs kan je ervoor zorgen dat je nog enigszins comfortabel over de stenen rijdt en je kasseienrit zo lang mogelijk vol kan houden. 

Ontspan!

Als je over de stenen stuitert, lijkt het soms alsof je elk moment de controle over je fiets kan verliezen. Een hele natuurlijke reactie is dan om je ‘schrap’ te zetten op je fiets en je stuur extra stevig vast te grijpen en je armen stijf te houden. Maar daarmee maak je het alleen maar onhoudbaarder;de schokken komen harder aan. Als je je handen, polsen, armen en schouders ontspant, demp je al dat gestuiter juist een beetje. Doordat je meer meebeweegt met het gehobbel, krijgen je spieren en gewrichten minder zware klappen te verwerken. Daardoor zit je comfortabeler op de fiets en word je minder snel moe. 

Om in die ontspannen houding wel goede grip op je stuur te houden, is het een goed idee om -als je een gebogen stuur hebt- je stuur bij het rechte gedeelte vast te houden. Daar heb je in die ontspannen houding vaak de meeste grip. Bij de remgrepen is daarentegen een minder goed idee. Daar heb je juist minder grip, waardoor het stuur met al dat gehobbel juist eerder uit je handen schiet.  

Verplaats je gewicht naar achteren

Om je polsen te ontzien en tegelijk wat meer grip te houden op de weg, kun je wat verder naar achteren gaan zitten op je zadel. Op die manier rust je lichaamsgewicht meer op het zadel dan op je polsen, waardoor je je polsen meer ontziet. Wel zo fijn met al dat geschok. Zo zorg je er meteen voor dat je je achterwiel nog wat steviger tegen de grond duwt, waardoor het wiel dat je aandrijft minder heftig stuitert. 

Kies de beste plek op de weg

Veel kasseienstroken zijn vooral landbouwweg. Dat wil zeggen: er rijden regelmatig zware landbouwvoertuigen en ander zwaar materieel overheen. Daardoor is er op veel kasseienstroken sprake van spoorvorming. In dat geval rijdt het midden van de weg vaak het lekkerst. Daar liggen de steentjes vaak net wat dichter bij elkaar, waardoor je wat minder heftig stuitert. Ook is de weg er vaak wat schoner en ook dat is belangrijk. De kasseien zijn natuurlijk al glad en in de sporen en langs de rand van de weg ligt vaak modder en andere rotzooi, waardoor je kan wegglijden of waardoor lek rijdt. Houd wel rekening met ander verkeer. Sommige kasseienstroken zijn populair onder andere -snelle- wielrenners, die ook gebruik willen maken van het middenstuk. De kasseinestroken zijn ook niet alleen maar fietsroute: je kan nog veel meer verkeer tegenkomen.

Kijk vooruit

Niet alleen moet je het verkeer in de gaten houden, ook de weg zelf. De kasseienstroken zijn onregelmatig, er liggen kuilen en hobbels. Kijk daarom vooruit. Soms heb je de neiging om op dit soort ingewikkelde stukken naar de weg vlak voor je voorwiel te kijken, maar tegen de tijd dat je dan een kuil of een hobbel ziet, is het eigenlijk te laat. Kijk dus ver vooruit, zodat je op tijd kan anticiperen op obstakels die op je pad komen. 

Kies een goed verzet

In al het gehobbel en gestuiter is het wel belangrijk om een goed ritme te houden, oftewel om het juiste verzet te kiezen. Wat precies jouw ideale verzet is, is natuurlijk een beetje persoonlijk, maar vaak wordt aangeraden om een beetje zwaarder te trappen, daardoor blijf je vaak wat beter in het zadel zitten. Maak het niet té zwaar, want je moet het natuurlijk wel volhouden.